Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
I 18
't woord metten niet meer begreep en er icetten voor ging
gebruiken. liet enkelvoud mette komt nog in 't Viaamsch
voor; ook ontmoeten we het bij Tollens:
»Zoodra het uur der mette sloeg en 't waslicht op de kronen
scheen.
Was in de kerk. des ochtends vroeg, het gansch convent
getrouw bijeen."
59. Uilen naar Athene zenden.
In 'tonde Athene was de uil het zinnebeeld van nadenken,
scherpzinnigheid en wijsheid; in de mythologie wordt Athene
of Minerva, de godin der wijsheid, dan ook gewoonlijk met
eenen uil voorgesteld. Destijds werden er veel van die nacht-
vogels in Athene gevonden. Het zou dus overbodig werk
geweest zijn, er uilen heen te zenden. Vandaar dat boven
staande uitdrukking nog gebezigd wordt in den zin van iets
onnoodigs verrichten. De water in de zee dragen
en halken naar Noorwegen dragen geven hetzelfde te kennen.
GO. Een uiltje knappen
:=. doen als de uil, die over dag slaapt, dus een middag-
slaapje doen.
61. Spiksplinternieuw
noemt men iets. dat van spijker tot splinter nieuw is. waar-
aan dus H ijzer- en houticerk geheel nieuw, alzoo alles nieuw
is; het fonkelt dan van 't nieuw zijn. 'lis fonkelnieuw.
G2. Schots en scheef.
Schots lomp, ruw, wild. Die letters staan schots en
scheef = ze staan wild door elkander. Uitdrukkingen als
schots en scheef, hont en hlauxo, paal en perk, schade en schande,
rijden en rossen, geld en goed, taal noch teeken zijiK evenals
de in 't Stukje op blz. 83 voorkomende, allitereerend.