Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
voerde," gaf reeds aan, wat men van hem te verwachten
had. Zegt men nu van iemand : ik weet niet, wat hij in zijn
schild voert, dan hgt daarin opgesloten, dat men stellig
weet, dat hij zekere plannen heeft, dat men iets van hem
kan verwachten, al is men nog niet bekend met de plannen
zelf. Voorzichtigheid is dan aan te bevelen.
31), Schildwacht, schilderen.
Als de edelman, op reis zijnde, ergens zijnen intrek nam,
hing hij zijn schild buiten tegen den muur. als een teeken
van zijne tegenwoordigheid. Dat schild werd zoo lang be-
waakt door den schildknaap of schildwacht, 't Bewaken heette
schilderen. Nog tegenwoordig noemt men den soldaat, die op
wacht staat, schildwacht; hij staat te schilderen, welk woord
ook een lang en vervelend wachten aanduidt.
-40. Iets op zijn eigen houtje doen.
Deze uitdrukking beteekent: iets zonder den raad van
anderen doen, iets geheel op eigen gezag uitvoeren. De
uitdrukking is ontleend aan 't gebruik van den kerfstok,
welke uit twee in elkander sluitende kerfhouten of staafjes
bestond ; na ze op elkaar gelegd te hebben, sneed men er
eene gemeenschappelijke kerf in. om aan te wijzen, hoeveel
op krediet was gehaald. De verkooper behield het eene
staafje, de kooper kreeg 't andere. Wie nu op zijn eigen
houtje aanteekeningen maakte, rekende buiten den waard,
handelde alleen, waar hij enkel in vereeniging mocht handelen.
41. Veel op zijn kerfstok hebben.
Volgens 't voorgaande wees de kerfstok de schuld aan
van den klant; de bakker b. v. wees door kerfjes aan.
hoeveel brooden zijn klant bij hem had geborgd. Alhoewel
de verkooper thans voor dat doel eene lei of een boekje