Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ilü
den ëën jaar als verjaringstermijn. Hij dezen termijn voegde
men den tijd, dien men noodig had, om zijn recht voor de
schepenbanken te doen uitspreken. Tot 3 malen toe, telkens
met eene tusschenruimte van 14 dagen (of liever van 14
nachten en dan nog één dag) moest de tegenpartij voor
't gerecht worden gedaagd. In de uitdrukking jaar en dag
heeft dag dus de beteekenis van 3X2 weken + 3X1
dag, d. i. van 6 weken + 3 dagen. Ook in 't burgerlijke
leven vinden we genoemde uitdrukking toegepast; kinderen
b. V. moesten jaar en dag rouw dragen over 't overlijden
hunner ouders. In sommige streken van ons land rouwt men
nog een jaar en fi weken. — In 't algemeen gebruikt men
jaar en dag om eenen zeer langen tijd aan te duiden.
37. Kieeen of deelen.
Als twee personen vroeger iets gelijkelijk moesten ver-
deden, dan deelde de een, waai na de andere een deel koos;
dat gekozene heette het voordeel; er bleef alzoo het nadeel
(of achterdeel) over. Kiezen o/" deeZew beteekent dus: het eene
of het andere doen. Gij moet kiezen of deelen wil derhalve
zeggen: ge moet handelen, besluiten, kunt niet terugtreden,
niet achterwege blijven. De uitdrukking wordt vooral tegen
den besluitelooze gebezigd. — In den loop der tijden is de
beteekenis van de woorden voordeel en nadeel zeer gewijzigd.
38. Iets in zijn schild voeren.
»Wie weet, ivat hij in zijn schild voert, wat hij in den
zin heeft; wees met hem voorzichtig, omdat het niet te
zien is, wat hij eigenlijk wil." Bovenstaande uitdrukking is
ontleend aan de ridderlijke wapenschilden. De edelman voerde
in zijn wapenschild éen blazoen, d. i. eene zinnebeeldige
voorstelling van eenige zaak, door hem als kenmerk of de-
vies voor zijn geslacht aangenomen. »Wat hij in zijn schild