Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
3:2. Elf is 't gekkennommer.
't Woord elf heelt hier niets met het getal te maken,
maar staat voor Alf — spooksel, 't witte wijf. de nacht-
merrie, ook dwaas of zot beteekenende. We hebben hier dus
te doen met eene woordspeling : nummer toch wijst op het
getal, terwijl bij elf alf) niet aan eene hoeveelheid moet
gedacht worden.
32. Spijkers op laag water zoeken.
Als een schip gestrand is. gaat men de gezonken lading
bij laag water op den bodem zoeken. Daar aan dat zoeken
gevaren zijn verbonden, zal men alleen dan daartoe overgaan,
indien werkelijk kostbare zaken verloren zijn gegaan. Gezon-
ken spijkers, voorwerpen van geringe waarde in't algemeen,
zal men gewis niet gaan zoeken. Van hem nu zegt men, dat
hij spijkers op laag water zoekt, die of zich als een dwaas
aanstelt, of wel zijn wezenlijk doel tracht te verbergen. De
laatste beteekenis is zeker hierdoor ontstaan, dat men zich
niet kon voorstellen, dat iemand een gevaarlijk werk zou
verrichten voor niets; hij moest toch wel een ander doel
hebben. Als iemand op allerlei kleinigheden aanmerking
maakt, mag men het er voor houden, dal hij daarmee de
bedoeling heeft, belangrijker zaken tegen te werken; dan
zegt men van hem: hij zoekt spijkers op laag water = hij vit.
3'!-. Iemand met een kluitje in H riet sturen.
Als men met een kluitje werpt naar watervogels, zullen die
schuwe dieren zoo snel mogelijk wegzwemmen en zich in
't oeverriet trachten te verbergen. Ook van personen zegt
men, dat ze zich met een kluitje in 't riet laten sturen,
indien ze bij 't minste, vaak maar denkbeeldig gevaar zich
terugtrekken, indien ze zich door de geringste zwarigheid