Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10t>
24. Goede sier maken.
In deze nitdnikking hebben we niet te doen met sier,
zooals 't in versieren en sieraad voorkomt, maar met een
oud woord sier, dat gelaat beteekende; maken zou hier dan
met vertoonen gelijk staan. Als men nu bedenkt, dat een
vroolijk gelaat past bij een zieltje zonder zorg, kan men
gemakkelijk vatten, dat bovenstaande uitdrukking de betee-
kenis heelt van lustig, onbezorgd leven.
25. De morgenstond heeft goud in den mond.
Eene opwekking voor den langslaper, om in stede van
den kostelijken morgen te verslapen, te proliteeren van die
gouden uren, van dat schoone gedeelte van den dag, waarop
de natuur frischheid en gezondheid ademt. De uitdrukking
is ontleend aan de mythologie en doet ons denken aan de
gouden tanden van den lichtgod Heimdall. In 't morgen-
rood. waarmede de rijzende zon den Oostelijken hemel
kleurt, meenden de ouden die gouden tanden te zien.
26. Hij is niet van gisteren.
In Job Vlll : {) lezen we: «Want wij zijn van gisteren en
weten niets; dewijl onze dagen op aarde eene schaduw
zijn." We weten niets, we zijn van gisteren wil dan zeggen:
we kunnen vooraf niets uiet zekerheid bepalen, onze kennis
reikt niet ver. Van iemand echter, die zeer snugger is, wiens
blik verder reikt dan het tegenwoordige, zegt men terecht:
hij is niet van gisteren.
27. Te stade komen.
Stade, stad (van staan) beteekende vroeger plaats en ge-
legenheid : te stade komen beteekent dus: te pas, %vel gelegen
komen,
28. Loven en bieden.
Loven beteekent hier de waarde schatten, prijzen; bieden