Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
111
Paai, eene verbastering van paatje, papaatje, lieelt dus de
gunstige beteekenis van vroeger verloren. Het omgekeerde
heeft plaats gehad met grijsaard, welk woord oorspronkelijk
een ouden grompot beteekende en dus evenals andere
woorden op aard eene ongunstige beteekenis had.
22. Gods loater over Gods akker laten loopen.
In Psalm LXV : 10 lezen we, dat God het land vrucht-
baar maakt en den mensch het graan bereidt door middel
van »de rivier Gods", die »vol water" is. Uit die voorstel-
ling, dat God alles doet, is ongetwijfeld bovenstaande spreek-
wijze ontstaan, welke men bezigt ter aanduiding van iemand,
die zelf niets doet, zich om zijne zaken in 't minste niet
liekommert, die alles aan God overlaat.
23. Om zeep gaan.
Hij is om zeep = hij is dood. Üeze uitdrukking hebben
we waarschijnlijk te danken aan de omstandigheid, dat men
vroeger veel zeep uit het Oosten (uit de Levant) haalde.
He bezwaren, aan de handelsreizen naar 't Oosten ver-
bonden, waren vele; de gevaren, waaraan de kooplieden op
dergelijke tochten zich blootstelden, groot. Dikwerf keerde
de koopman dan ook niet terug. Vandaar dat de uitdrukking
hij gaat is) om zeep de beteekenis gekregen heeft van hij
is naar eene plaats, van waar hij niet terugkeert — hij is dood.
-Anderen vinden de verklaring der uitdrukking in het
feit, dat oudtijds de dooden gewasschen werden, voor
men ze begroef en dat men den lijders als laatste genees-
middel bij gevaarlijke ziekten Jeruzalemsche zeep ingaf.
Nog eene andere verklaring: we hebben tal van uitdrukkin-
gen, die 't begrip dood zijn weergeven, b. v. om een luchtje
zijn, om kool zijn, om zeep zijn enz. Alle beteekenen : voor
korten tijd uitgaan, 't zij om een luchtje te scheppen, 't zij
om kool, 't zij om zeep enz. uit zijn.