Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
kenis vaii zich verwijderen, 't hazenpad kiezen, vluchten. Men
/.iet, de uitdrukking is gebleven, 't begrip is gewijzigd:
't begrip verdwijnen vormt den band tusschen de tegen-
woordige en de vroegere beteekenis.
1). Op een grooten voet leven.
Üeze uitdrukking herinnert ons eveneens aan den ouden
tijd, inzonderheid aan het tijdperk der Gravenhuizen, waarin
het schoeisel iemand stempelde tot eenen aanzienlijke of wel
tot eenen dorper. Moest de laatste zich vergenoegen met een
hoogst eenvoudig, uiterst sober schoeisel, de deftige edelman
kon bogen op prachtige puntschoenen van eene vervaarlijke
lengte, en van de kostbaarste stof vervaardigd. I.aatstge-
noemde leefde dus in letterlijken zin op een grooten voet.
Thans beteekent de uitdrukking: voornaam, deftig leven.
lü. 't Brandt als een lier
wil zeggen: 't brandt Hink, hevig. Een lier heet thans
een lariks en is dus een naaldboom, die veel hars en teer
bevat, zoodat zijn hout zeer goed brandt.
11. Van zessen klaar.
»Hij is van zessen klaar," zegt men van iemand, die
goed berekend is voor zijne taak, die in moeilijke gevallen
zich flink weet te redden. De uitdrukking is ontleend aan
de dierenwereld, en wel aan 't paard. Op harddraverijen
worden, althans in onze noordelijke provinciën, enkel paarden
toegelaten, die van zessen klaar zijn, d. w. z. die i goede
beenen 2 goede oogen hebben.
12. De kroon op 't werk zetten.
De kroon (coronis) was «de sierlijke krul," de eigenaar-
dige illustratie, welke een afschrijver aan 't einde van zijn