Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEHDE AFÜEELING.
(Aamia>gsei,.)
UITDEUKKINGEN EN SPREEKWOOKDEN.
1. Hij heeft kind noch kraai.
Kraai staat hier voor craet = l<raaiende vogel =: haan.
De uitdrukking beteekent: hij heeft noch kinderen, noch
vogels, dus geen levend wezen op zijn erf; en bij uitbrei-
ding van beteekenis: hij heeft voor niemand dan voor zich
zeiven te zorgen.
Daar zal geen haan naar kraaien.
Stonden de huisdieren in 't algemeen bij onze vaderen in
hooge achting, in 't bijzonder waardeerde men den haan,
het zinnebeeld van waakzaamheid. Men geloofde, dat de
haan den moordenaar aankraaide, indien hij nl. l)ij den
moord tegenwoordig of wel in de nabijheid daarvan was
geweest. Nog zegt men van iets, dat vrij zeker nimmer aan
't licht zal komen, dat er geen haan naar kraaien zal; de
zaak heeft dan zoo goed in 't verborgen plaats gehad, dat
zij aan de waakzaamheid des haans is ontsnapt.
Volgens sonunigen hebben we de uitdrukking te danken
aan Matth. XXVI : 7i en 7;j. Nadat Petrus gezworen had, dat
hij Jezus nxeikeixAe, kraaide terstond de haan. Zóo herinnerde
de haan hem aan de verloochening van zijnen meester.