Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
c. I. Gekwetst kwam hij thuis. Afgemat keerden ze van
de wandeling huiswaarts.
c. 2. Ik acht hem eenen schelm. Hij wordt door mij als
een goed burgervader beschouwd.
c. 3. De koning benoemde mijnen neef tot burgemeester.
De Statenvergadering riep hem uit tot stadhouder.
Wij gieten lood tot kogels.
d. Mijn oom, de burgemeester, bedankt voor zijne be-
trekking. Wij spreken van Willem, den slager. De
zoon mijns vriends, den chef van deze fabriek, wordt
morgen twaalf jaar.
De gecursiveerde zinsdeelen zijn bijvoeglijke bepa-
lingen. Die onder a. hebben geen bijzonder karakter
en heeten eenvoudig bijvoeging. De onder b. heeten
soortbepalingen, die onder c. bepalingen van gesteld-
heid, die onder d., welke minder het karakter van
bepaling hebben, bijstellingen.
Opgaven.
a. Zeg van elke bijv. bepaling in de voorbeelden, waarbij
ze behoort.
b. Waarom acht gij den naam soortbepaling gepast ?
c. Wijs den dienst der bepalingen van gesteldheid aan
en onderscheid daarbij naar de voorbeelden drie ge-
vallen.
d. li> welk opzicht verschilt de bijstelling van de andere
bijvoeglijke bepalingen?
e. In de volgende voorbeelden komen bijvoeglijke be-
palingen voor. Wijs ze aan en zeg, tot welke der
vier soorten ze behooren.
Die goede man is aller vriend. Karei de Stoute
liet zijne dochter eene ledige schatkist na. Zoo waar-
lijk helpe mij God almachtig! De zoon mijns broers,
den burgemeester van A., wordt morgen elf jaar. De