Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
f. lïrood snijdt men met een mes. Hooi wordt vervoerd
met tvagens.
g. Üe sneeuw smelt door de ivarnite. Die arme man
sterCt nog va7i verdriet,
h. Zij bedelen uit armoede. Deze menschen verlaten Ame-
rika weer uit heimwee.
i. Krachtens art. 95 der Grondicet moeten de Staten-
Generaal minstens eenmaal 's jaars vergaderen.
k. Zij werken voor hun brood. Zij wedijveren
l. Tot ome spijt kunnen we u niet van dienst zijn. Tot
onze groote vreugde worden alle hinderpalen uit den
weg geruimd.
m. Bij vriezend loeer zal de liardrijderij doorgaan. Besge-
vorderd zullen de reiskosten vergoed worden.
n. Ondanks het gure weer gingen we wandelen. Trots onze
waarschxiwingen is hij op reis gegaan.
O. Onder eene regenbui gingen we huiswaarts. We reis-
den zonder gezelschap. Hij reisde ook alleen,
p. Wij hebben dit van onzen oom. Wij hoorden dat nieuws
van onzen buurman,
q. Dat verhaal is niet waar. Misschien komen zij morgen.
Naar alle icaarschijnlijkheid is Piet de belhamel ge-
weest. Wellicht vertrekken onze vrienden morgen.
De gecursiveerde zinsdeelen heeten be-
palingen. Bestaan ze uit een woord, dan heet dat eene
woord bijwoord. Bestaan ze uit eene reeks van woorden,
waarvan het eerste den aard der betrekking aanwijst,
dan heet dat eerste woord meestal voorzetsel.
Opgaven.
a. Waarom heeten de gecursiveerde zinsdeelen bijivoor-
delijke bepalingen?
b. Wijs van elke bepalinu den bijzonderen dienst
aan.