Boekgegevens
Titel: Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Boswijk, D.; Walstra, W.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1897 *
4e dr; 1e dr.: 1886
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 831 : 4e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204294
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het levende woord: stijl- en taaloefeningen vooral ten dienste van normaal- en kweekscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
rnoogen tot den avond. Het huis van mijnen buurman
is bouwvallig. Hij viel van den stoel. Een lepel van
zilver. Jan van Henegouwen Dat komt van zijne onop-
lettendheid. Hij viel van de trap.
Het aardsch, verganklijk goed. Zijn aardsch éw vergankelijk
hier niet eigenaardig gebruikt? Aardsch toch drukt
meestal eene tegenstelling uit met hemelsch. en juist
daardoor komt het voor in de beteekenis van vergan-
kelijk in tegenstelling van eeuwig. Aardsch kan ook
beteekenen : zich op aarde bevindende; verder: uit de aarde
voortgekomen, tot het leven op aarde behoorende. Wat
beteekenen nu de volgende uitdrukkingen: »aardsche
machten, looft den Heer!" aardsche zorgen; aardsche
grootheid; een aardsch paradijs? Aardschgezind noemt
men hem, die gehecht is aan ....
In vergankelijk is evenals in toegankelijk, ontvankelijk
en aanvankelijk nk uit ng ontstaan. Verklaar de be-
teekenis van genoemde woorden in verband met hunne
grondwoorden: vergaan, toegaan, ontvangen, aanvangen.
Laten. De deur open laten; ge moet dat laten; we zullen
den hond thuis laten; eenen 7,ucht laten; eenen zieke
laten. Wat beteekent laten in die uitdrukkingen?
Wat is het onderscheid tusschen: ik laat hun den brief
voorlezen en ik laat hen den brief voorlezen ?
C. O redelijke wezens dwaas. Noem eens meer voorbeelden,
waarin het b. n. w. onmiddellijk achter het z. n. w. staat?
Wat valt er aangaande de verbuiging van zoodanig
gebruikte b. n. w. op te merken?
Zijn de gecursiveerde b. n. w. in het volgende attribu-
tief of predicatief »Op gistren zat ik hoogh,
verzelschapt met de pracht des Priesterdoms verwaant
en lleeren groot van maght. '