Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
566
bij den
overgang
in een
minder
digt lig-
chaam.
Fig. 316. of rood krijt drie punten o, m en n, die
naauwkeurig in eene regte lijn liggen. Het
drinkglas worde met water gevuld en het
plankje zoo gehouden, dat het tot aan
het punt 711 indompelt. Het punt n, dat
zich onder water bevindt, zendt lichtstra-
len uit, die in het aan het punt o gehou-
den oog komen. Nam het licht zijn weg
enkel door de lucht of slechts door wa-
ter , dan zou het zich in regtlijnige baan van n over m naar o
bewegen , en het punt w zou zich voor het oog achter 7it ver-
toonen. De weg van het licht wordt echter daardoor veranderd,
dat het uit eene doorzigtige stof, het water, in eene andere,
de lucht, komt; bij de oppervlakte van het water verandert
het zijne rigting, en de lichtstraal, die van 7? naar m gaat, slaat
hier een zoo schuinen weg in, dat hïj Snder het oog weg gaat.
Daarentegen treft een lichtstraal n r de oppervlakte des waters
in r, neemt hier eene schuinere rigting en komt in de lijn r o
in het oog. Steeds zoekt het oog echter een punt in de rigting
der stralen die het opneemt en ziet daarom het punt n in de
rigting O r op eene hooger gelegene plaats p. De lichtstraal
n r heeft bij de intrede in de lucht zijne rigting veranderd, of
hij is gebroken, en na deze breking wijkt hij meer van de
loodregte rigting af dan te voren.
Proef A. Op den bodem van een schotel met ondoorschij-
nende wanden legge men een stuk geld, plaatse zich op behoor-
lijken afstand en geve aan het oog
O zulk een stand , dat het muntstuk
door den rand van den schotel voor
het gezigt juist bedekt wordt en
daaraan langs den regten weg geen
lichtstraal kan toezenden. Terwijl het
oog in dezen stand blijft, late men
door iemand anders langzaam water in het vat gieten, zon-
Fig. 317.