Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
564
terug gekaatst, dat insgelijks de terug gekaatste straal g d met
het vlak een even grooten hoek maakt als de invallende straal.
De in c vallende straal wordt regts terug gekaatst, de tusschen
b en c valletde regts naar boven, de tusschen h en d vallende
lichtstralen links naar boven. De hoogte kaatst de daarop val-
lende stralen zoodanig terug, dat zij naar alle rigtingen uit elk-
ander gaan alsof zij van een zelf lichtend punt kwamen.
Omdat door de terugkaatsing, die door de hoogten en laagten
op de oppervlakte der ligchamen voortgebragt wordt, naar
alle zijden stralen worden gezonden, wordt deze terug-
kaatsing de diffuse terugkaatsing of verstrooijing
genaamd. De spiegelende terugkaatsing wordt door zoo veel
mogelijk regelmatige en gepolijste vlakken, de diffuse door
de onregelmatigheden en oneffenheden voortgebragt. Door de
spiegelende terugkaatsing ontstaan beelden, door de diffu-
s e worden de voorwerpen voor ons z i g t b a a r.
317. Avond- en morgenscliemering. De schemering,
Dc schc- de trapswijze overgang tusschen het heldere daglicht en het
menig- (Jonkere van den nacht, wordt door de diffuse terugkaatsing
voortgebragt, welke de stralen der onder den horizon staande
zon door den dampkring ondergaan.Wanneer de zon on-
dergaat en ons geen licht meer kan toezenden, dan zou, in-
Fig. 315.
dien de aarde niet met eene lucht- en damp-atmosfeer om-
huld was, de duisternis van den nacht plotseling invallen.