Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
563
Fio;. 313.
van den spiegel houde men echter een blad wit papier schuin
boven de vlam; gemakkelijk kan men het eenen zoodanigen
stand geven, dat de de lichtstralen ,
die er door terug gekaatst worden, de
schaduw verlichten. Maar zij komen
daarbij op plaatsen, onder anderen aan
de rugzijde van het scherm, die zij naar
de wet der terugkaatsing onder een
even zoo grooten hoek als de invals-
hoek is niet moesten treffen. In de plaats
van het papier kan men met het zelfde
gevolg ieder antler niet gepolijst lig-
chaam brengen; door alle ligchamen worden licht-
stralen terug gekaatst; bij allen vindt men de zelfde
— zoo als wij welhaast zien zullen slechts schijnbare — afwij-
king van de eene hoofdwet der terugkaatsing.
Proef h. Terwijl men de proef 308 rt herhaalt, beschouwe
men de door de lichtstralen getroffene plaats des spiegels van
verschillende zijden. Men zal de heldere plek van alle zijden
kunnen zien; en toch moeten de stralen naar de eerste wet der
terugkaatsing in het zelfde vlak blijven en slechts aan de eene
zijde het oog treffen.
Beide afwijkingen zijn slechts schijnbaar. Reeds de verschijn-
selen der wrijving § 32 hebben doen zien, dat de oppervlakte
vau geen ligchaam volkomen effen en
regelmatig is, maar uit rijen van hoog-
ten en laagten bestaat. E stelle in ver-
grooten maatstaf eene zoodanige hoog-
te op de oppervlakte van een of ander
ligchaam voor. Wanneer er nu van het
lichtende punt a licht op valt, dan
wordt de straal fl A, die onder regte
hoeken den kant treft, in de zelfde rigting terug gekaatst; de
straal a d, die de linker zijde der hoogte treft, wordt zoodanig
Fig. 314.