Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
558
beeld voar den spiegel ontstaat, Hoe nader de vlam G bij het
brandpunt gebragt wordt, des te grooter wordt haar beeld g.
Fis. 309.
Men vange het op eene groote papieren vlakte op: het zal, even
als bij de vorige proef, omgekeerd zijn en zich op grooteren af-
stand vertoonen. Naarmate de afstand tusschen de vlam kleiner
is, zal men het papier op grooteren afstand moeten houden,
om het beeld daarop helder en genoegzaam scherp begrensd te
verkrijgen.
Van een voorwerp, verder dan hetbrandpunt
verwijderd, ontstaat voor den hollen spiegel
een omgekeerd, objectief beeld. Dit beeldisbij
groote ren afstand van het voorwerp verkleind
en digt bij het brandpunt, bij g'rootere nabij-
heid van het voorwerp vergroot en meerverwij-
derd.
Door holle spiegels, die een halve el middellijn of meer bezit-
ten, ontstaan beelden, die men niet behoeft op te vangen, maar
die zich vrij in de ;lucht zwevende vertoonen; daarom worden
door goochelaars holle spiegels tot het vertoonen van geestver-
schijningen gebezigd. Yeelal kiest men als af te beelden voor-
werp voor grootere holle spiegels een omgekeerden ruiker bloe-
men, en zet op de plaats, waar het beeld ontstaan moet, eene
vaas, zoodat de toeschouwers eene met bloemen gevulde vaas
meenen te zien.
Het ontstaan dezer beelden verklaart zich uit den weg, dien
de van het voorwerp op den hollen spiegel vallende lichtstralen