Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
553
2 en 3. Het afbeeldsel dezer beelden in den linker spiegel
is Hl en IV. Terwijl steeds het in den eenen spiegel ontstane
beeld door den anderen spiegel afgebeeld wordt, zouden zich
in de evenwijdige spiegels van een tusschen beiden staand voor-
werp ontelbaar vele beelden vertoonen, zoo de beelden
niet met iedere terugkaatsing in helderheid verloren; slechts een
zeker aantal daarvan heeft de tot zigtbaarheid noodige licht-
sterkte.
Fig. 3 03.
311. Vlakke hoekspiegels en de kaleidoskoop.
Proef. Men zette twee spiegels of twee op de rugzijde met Hoek-
oost-indischen inkt of vuurlak zwart gemaakte
glasruiten loodregt op, late ze met de kanten te
zamen komen en dus met elkander eenen hoek
vormen. Een oog, dat in beide spiegels ziet,
neemt van een tusschen beiden staand voor-
werp een aantal beelden waar, dat des te
grooter is hoe kleiner men den hoek maakt,
onder welken de spiegels elkander ontmoe-
ten. Houdt men de hoekspiegels zoo, dat er »
tusschen beiden een regte hoek of het vier-
de gedeelte van den cirkel ligt, dan ziet
men het voorwerp viermaal, namelijk
eens het voorwerp zelf en driemaal in de
spiegels afgebeeld. Brengt men de spiegels na-
der tot elkander, zoodat zij slechts het a e h t-
s t e deel van een cirkel tusschen zich bevat-
ten , dan ziet men het voorwerp in het geheel
acht maal. — Een cirkelboog, die het achtste deel van
een cirkel uitmaakt, worde dan horizontaal onder de spiegels
geschoven, op eene plaats, waar hij ze met zijne eindpunten
aanraakt; hij zal met de spiegelbeelden een g e h e e 1 e n c i r-
kel vormen. Een van papier gesneden driehoek S!H P, van
onderen tusschen twee spiegels M S en M P gebragt, die het
36*
Fig. 304.
/
F