Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
551
haar beeld; vergelijkt men het met de binnenste vlakte der reg-
ter hand zelve, dan zal men de volkomenste overeenstemming
vinden; derhalve verhoudt zich de linker hand tot haar beeld
juist zoo als de linker hand tot de regter. De beide handen
zijn onder elkander symmetrisch gevormd. Het spiegel-
beeld is op gelijke wijze tot het afgebeelde voorwei-p symme-
trisch gevormd, zoodat de linker zijde van het eene met de
regter zijde van het andere overeenkomt.
Beproeven wij thans, ons den stand van het voor het oog Ver-
zieh vertoonende spiegelbeeld uit de wetten der terugkaatsing''''"'"S-
te verklaren. Van het punt A voor het verlengd gedachte spie-
gelvlak vallen ontelbaar vele stralen op den spiegel, onder ande-
ren ook langs A M en A N-
Fig. 301. ^ypj-jgji allen zoodanig
terug gekaatst, dat de te-
rug gekaatste straal met
het spiegelvlak een even
grooten hoek maakt als
de invallende. De straal
A Hl neemt na de terug-
kaatsing den weg M O,
en A X den weg A' ü. Beide stralen met de tusschen beiden lig-
gende komen in het oog. Hunne rigting is echter zoodanig, dat
zij te zamen, wanneer men ze over het achtervlak des spiegels
heen verlengt, in het punt a, dat even zoo ver achter het spie-
gelvlak ligt als het voorwerp A er voor, zamenkomen; het oog
verkrijgt door de terug gekaatste stralen den zelfden indruk, als-
of zij van het punt a achter de spiegelende vlakte uitgingen;
zij zouden het oog eveneens aandoen, wanneer het voorwerp
zelf zich in het punt a bevond en er geen spiegel was. Er is Het
echter geenszins in het even ver achter het spiegelvlak gelegene een^vlak-
punt a werkelijk een beeld voorhanden, zoo als b. v. eene schil- ken
derij aanwezig blijft, al ziet er ook geen mensch naar; van het
punt gaan immers werkelijk geene lichtstralen uit, maar de jeetief.
cr. nat. 36