Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
540
De van eene lichtbron uitgezondene stralen gaan zoo uit
Fio-, 293. elkander, dat zij op
enkelvoudigen af-
stand 1, op dubbe-
len 2 X 3=4,
op drievoudigen 3
X 4=9 vierkan-
te duimen beschij-
nen. Op dubbelen afstand is de sterkte der verlichting slechts
y^, op drievoudigen slechts '/g.
Wetl: Bij toenemenden afstand van de
lichtbron neemt de sterkte der ver-
lichting af, en wel naar de kwadraat-
getallen van den afstand.
Proef r. Behalve naar den afstand van de lichtbron rigt
Afne- zich de sterkte der verlichting ook naar de rigting der lichtstra-
zonneschijn houde men een kwart vel papier endaar-
sterkte voor een kleiner blaadje zoo, dat hunne breede vlakken regthoe-
door de zonnestralen getroiïen worden. Helt men achter-
der volgens het schaduw werpende stukje papier en laat men er de
lichtstralen telkens schuiner op vallen, dan gaan er steeds meer
stralen voorbij, eu zijne schaduw wordt daarom kleiner. Wan-
neer daarom de lichtstralen schuin op
een vlak vallen, dan wordt het, daar er
vele voorbij gaan, door minder stra-
len getroffen en verlicht, dan wanneer
zij er regthoekig op vallen. De figuur
vertoont een vlak, dat in twee standen
door de zonnestralen getrofi'en wordt; bij
den in 1 geteekenden stand, waarin de
stralen er regthoekig op vallen , treffen
alle geteekende stralen het vlak; bij
zijn schuinen stand 2 gaat er een gedeelte der lichtstralen voorbij
zonder het te verlichten.
stralen.
Fig. 393.