Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
■m
538
bedrage 20 ellen. Bovendien heeft men
terstond nog de lengte der door den
stok geworpene kernschadnw te me-
ten ; zij moge 1 el bedragen. Bij den
op het oogenblik plaats hebbenden
stand der zon wordt dus een 1 el lange
schaduw door een voorwerp van 3 el
hoogte geworpen; de hoogte van een
voorwerp overtreft te tegenwoordige
lengte zijner schaduw zoo veel maal
als 1 el in 3 el begrepen zijn; derhalve is het voorwerp 3
maal zoo hoog als thans zijne schaduw lang is. De schaduw
van den toren is 20 ellen lang, de toren dus 3 X 20 == 60
ellen hoog. Deze meting levert slechts eene benaderende juist-
heid op, omdat de kernschaduw zich daarbij niet naauwkeurig
van de halfschaduw laat onderscheiden.
Als voorbeeld ter berekening diene de Straatsburger
dom, die op den 21 sten Junij op horizontalen grond eene scha-
duw van 45,32 ned. ellen werpt, terwijl de schaduw van een
836 streep hoogen stok, loodregt in zijne nabijheid opgerigt,
op den zelfden tijd eene lengte van 270 strepen heeft.
304. De sterkte van het licht. Des avonds plaatst men
zich met zijn werk gaarne in de nabijheid van de kaars of de
sterkte lamp, omdat op grooteren afstand van de licht-
^^Icht^ bron de verlichting zwakker wordt.
Proef a. Men zette bij avond een boek met kleine letter
loodregt op de tafel en plaatse er eene dun was- of ander
kaarsje zoo ver van af, dat het schrift naauwelijks helder ge-
noeg verlicht is om gelezen te worden. De afstand der kaars
van het boek wordt gemeten. Daarop schuive men de kaars op
een dubbelen afstand en plaatse er nog eene volkomen
gelijke kaars of waslicht naast; het schrift zal geenszins genoeg-
zaam helder verlicht zijn. Eerst wanneer men vier kaarsjes op
\
z