Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
536
tingen verder dan deze niteen wijken, beschijnen den donkeren
bol niet meer, en veroorzaken dus ook geene schaduw meer.
Pe halfschaduw is echter helderder, omdat de onderste rand
van den helderen bol in haar bovenste, en zijn bovenste rand
in haar onderste gedeelte lichtstralen zenden.
301. Ligging der schaduw. Omdat het licht zich in eene
Ligging regte lijn beweegt, maar door het schaduw werpende ligchaam
schaduw wordt tot alle punten dezer lijn te geraken, zoo ligt
de schaduw steeds in eene regte lijn met het lichtende en het
verlichte ligchaam aan de van het licht afgekeerde zijde. Be-
weegt zich daarom een der beide ligchamen, dan beweegt
zich ook de schaduw, en wel in de zelfde rigting, in welke zich
het donkere ligchaam beweegt; in tegengestelde rigting met
het lichtgevende ligchaam, in geval dit van plaats veran-
dert. Het eerste toont ons een potlood, dat wij in den zonne.
schijn op eene papiervlakte zijne schaduw laten werpen en daar-
voor heen en weêr bewegen; zoo zweven ook de schaduwen
van wolken, welke door de zon beschenen en door den wind
voortgejaagd worden, naar de zelfde zijde over de velden heen.
Hoe echter de schaduw zich beweegt, wanneer het licht gevende
ligchaam van plaats verandert, neemt men waar door middel
eener kaars, die men heen en weêr schuift, terwijl een potlood
op een blad papier of eenen muur zijne schaduw werpt. Termjl
de zon aan den hemel hare dagbogen van het oosten naar het
westen beschrijft, valt bij ons de schaduw van eenen boom of
van een loodregt geplaatsten stok des voormiddags naar het
westen, des namiddags naar het oosten.
302. De gedaante der schaduw. De gedaante der scha-
Gedaanteduw hangt niet enkel van de gedaante van het donkere ligchaam
af, maar ook van zijnen stand en van de grootte van het licht-
schaduw. , ,
gevende ligchaam..
Proef. Bij zonne- of kaarslicht houde men eene cirkel-