Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
532
waarop men eene dunne laag afgeroomde melk heeft uitgespreid
en in de lucht laten droogen.
DE REGTLIJNIGE VOORTPLANTING VAN HET LTCHT.
289. De regtlijnige weg van het licht.
Proef. Men snijde eene kurk in drie ronde schijven en
De regt- steke in het middelpunt van ieder loodregt eene speld. Laat het
weg^van . ^^^ ^^^ ^^^ waarnemer, ter-
het licht. wijl hij het andere gesloten houdt,
zich digt achter den knop der eene
speld bevinden en naar de tjv^eede
speld zien, die met haar klein voet-
stuk aan het andere einde der tafel
geplaatst kan zijn. Blijkbaar komt
er van de verwyderde speld licht
in het oog, anders zou zij niet zigt-
baar zijn. Schuift men nu de derde
speld tusschen de tweede en eerste, dan zal er voor haar ge-
makkelijk eene plaats te vinden zijn, waarop zij het licht, dat
van de meer verwijderde speld komt, verhindert in het oog te
komen, en waar zij deze voor het oog bedekt. Onderzoekt men
door middel van een gespannen draad nu de stelling der drie
spelden, dan zal blijken, dat zij in eene regte lijn staan.
Schuift men de middelste speld digter bij het oog of verder af,
poeder in eene genoegzame hoeveelheid water,' en het afgieten na
eenige oogenblikken rust. De grofste korrels zinken dan ten bodem
eil worden na het afgieten weggeworpen, de fijne zetten zich uit het
afgegoten vocht af en worden tot het slijpen gebezigd.
De ruit, die men mat slijpen wil, zelve op de tafel te leggen en een
veel kleiner stukje dekglas met het bevochtigde poeder daarover heen
te bewegen, is ook verre te verkiezen boven de in den tekst aange-
geven handelwijze, vooral als men geen spiegelglas, maar slechts
gewoon vensterglas bezigt. Ln.