Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
528
van zeiven licht geven, van VFelke als van eene bron licht uit-
gaat en in ons oog komt. Tot deze lichtbronnen of zei f-
lichtende ligchamen behooren 1): de zon en de vaste
sterren. De vaste oppervlakte der zon is vraarschijnlijk donker,
licht." gelijk die der aarde; maar zij wordt rondom door een hulsel
van luchtvormige stoffen, door een luehthulsel, omgeven, dat
zijn wit licht in de wereldruimte uitzendt. Ook de meeste vaste
sterren schitteren met wit licht, en er is slechts een gering aan-
tal, dat zich met rood of geel licht vertoont. 2) Gloeijendeen
Vlammen-yerbrandende ligchamen, gelijk bij de vlammen onzer kaar-
en lampen, § 260.
Proef ff. De vlam eener spirituslamp verspreidt zoo weinig
licht, dat zij in den zonneschijn naauwelijks waargenomen kan
worden. Maar men neme een dun koper- of ijzerdraad, eene
klaviersnaar, winde ze schroefvormig
om een potlood, trekke dit uit de win-
dingen en houde het draad in de vlam
der spirituslamp. Het zal gloeijend wor-
den, en de vlam zal helder licht geven.
Eene vlam wordt dus lichtgevend wan-
neer er zich gloeijende ligcha-
men in bevinden.
Het is fijn verdeelde kool, die in de meeste vlammen gloeit
en ze lichtgevend maakt (§ 260 en § 262 b)-, wordt zij slechts
tot de rood gloeihitte verwarmd, dan heeft de vlam een dof
roodachtig licht; daarentegen is haar licht helder en wit,
wanneer de kool tot de witgloeihitte verwarmd wordt.
Het helderste vlammenlicht is het naar zijnen uitvinder zoo-
genoemde Drummondsche kalklicht; door de buiten-
gewone hitte eener vlam van waterstof en zuurstof, die men
uit twee afgezonderde gashouders te zamen laat stroomen, wordt
een stukje kalk tot de witgloeihitte gebragt en straalt met eenen
glans, dien het oog in de nabijheid niet in staat is te verdra-
gen; het kalklicht wordt tot signalen enz. gebezigd. 3) Geëlek-