Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
523
Kaakt men de glazen buis met de hand aan, terwijl men dan
toon opwekt, dan vertoont zij zich niet als een trillend lig-
chaam ; er zijn aan de buis der fluit geene trillingen voelbaar,
gelijk aan eene toongevende snaar of een vlak; ook worden
de toontrillingen niet door aanvatten gestoord, zoo als toch
moest gebeuren indien de buis zelve zich bewoog. Ook neemt
men tot orgelpijpen eene weinig veerkrachtige stof,
het tin, dat voor geene zoo snelle trillingen vatbaar is. Einde-
lijk is wel de klank, maar niet de hoogte van den toon
afhankelijk van de stof, waarvan de pijpen gemaakt zijn;
klonken de wanden der pijpen zeiven, dan moesten dikke wan-
den , gelijk dikke snaren, een lageren toon geven. Dit is echter
niet het geval, gelijk de volgende proef toont.
Proef h. Men neme een half vel glad papier en rolle het
tot eene buis, om welke men eenen draad bindt; zij hebbe de
lengte der vooraf gebruikte glazen buis, en het houten stuk der
fluit worde er naauw sluitend in geschoven. Bij het aanblazen
zal men een even hoogen toon verkrijgen als met de glazen
buis.
In de buis der fluit is echter niets anders dan dampkrings-
lucht , en er komt bij het blazen ook niets anders in. In ieder
blaasinstrument is eene luchtkolom het trillen-
de ligchaam. Wanneer men in eene grootere toongevende
pijp een over een raam gespannen vlies aan drie draden hori-
zontaal zwevend houdt, zonder dat het de pijp zelve aanraakt,
dan komt het vlies en het daarop gestrooide zand door de lucht
in trillende beweging.
Proef r. In plaats van het halve vel papier neme men Lengte
een kwart vel, rolle het tot eene buis en passé daarin het stuk P'jP-
der houten fluit. Daardoor ontstaat eene kortere fluit, en
de toon wordt hooger. Derhalve hangt de hoogte van ha-
ren toon vooral van de lengte der fluit af, terwijl daar-
entegen hare wijdte vooral op den klank, de nuance van den
toon, invloed heeft.