Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
521
deklinken van veerkrachtige ligchamen; zij bestaat uit twee vlak-
ten van perkament, die over een openen koperen cilinder ge-
spannen zijn ; wordt de bovenste, het slagvel, tot trillen genood-
zaakt, dan klinkt tevens het onderste vlies, het klankvel, en
eene sterke snaar, die er dwars over gespannen is. Moet de
trom gedempt worden, dan wordt, door de snaar met een stuk
doek te omwikkelen, het medetrillen der snaar en van het klank-
vel verhinderd.
Op eene eenigzins andere wijze trillen platen eu klokken.
Proef a. Men verschaife zich eene plaat van gewoon ven- Klinken-
sterglas, tien duimen lang en even zoo breed en neme er op eiT'^"
twee plaatsen van een vinger breedte, aan den eenen hoek en in klokken,
het midden eener zijde, met eene vijl den scherpen kant af.
De plaat wordt horizontaal gehouden, terwijl men ze in het
midden tusschen duim en wijsvinger der linker hand aanvat,
met droog zand bestrooid en eerst op de gladde plaats a nabij
den eenen hoek met een strijkstok gestreken. De strijkstok moet
sterk met colophonium bestreken zijn, en de plaat een zuiveren
toon geven. Het zand wordt van de trillende plaatsen wegge-
worpen en verzamelt zich op de rustende plaatsen; er ontstaat
de figuur van een regtop staand kruis. De plaat trilt
Fig. 283.
dus niet als een geheel, maar verdeelt zich in onderschei-
dene trillende deelen. Strijkt men het midden van eene
harer zijden aan, dan geeft de plaat een anderen toon, en het
34«