Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
519
die uitvinden, welker snaren ook de plaats van den klandbodem,
waarop de borstels rusten, in trilling brengen. Met het stukje
kurk zullen zij zich dan beginnen te bewegen.
292. De snaarinstrumenten. De snaarinstrumenten on- Snaar-
derscheiden zich in drie groepen, naardat de toon door s t r ij- tenten
ken met den strijkstok, door tokkelen met de vingers of
door het aanslaan van toetsen wordt voortgebragt. Zoo
behooren tot de
eerste groep (strijkinstrumenten): viool, alt, vio-
loncel, contrabas;
tweede groep : harp, guitare;
derde groep: de pianoforte.
Eeeds de wijze, waarop de toon uit de snaren verkregen
wordt, verandert den klank, dat is de eigenaardige nuance,
waardoor even hooge toonen zich onderscheiden; ook heeft
de stof, waaruit de snaren bestaan, maar vooral de gesteldheid
van den klankbodem, invloed op den klank.
Den grondslag der orkestmuziek maken de strijkinstru-
m e n t e n uit, welke in hunne zamenstelling zeer veel op elkan-
der gelijken. Het boven-en het onderdeksel omsluiten eene kast,
wier zijwanden de randen genoemd worden. Het van oud*pijn-
boomen hout gemaakte bovendeksel is de klankbodem en deelt
ook aan het onderdeksel door een tusschen beiden geklemd staaf-
je zijne trillingen mede. Beide deksels zijn in het midden uit-
gesneden , zoo wel om de strijkstok toereikende speelruimte te
laten als ook om houtvezels van verschillende lengte voor de
verschillende toonen te verkrijgen. Dit doel bepaalt ook de ge-
daante der klankgaten, die noodig zijn, opdat de veerkracht
der ingeslotene lucht de trillingen der deksels niet belemmere.
De met colophonium (hars) bestrekene s t r ij k s t o k trekt bij het
spelen de snaar naar de rigting, waarin hij strijkt; deze volgt
hem, maar slechts tot zekere grens; weldra snelt zij uit hoofde
van hare veerkracht terug, wordt op nieuw overgetrokken en
cr. nat. 34