Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
518
Fig. 282. met den vinger in toonge-
vende trillingen. De toon
zal slechts zwak zijn. Daar-
entegen houde men het
eene einde van den draad om eenen kant van het tafelblad en
drukke het andere einde achter een op de tafel liggend staafje
neder. De toon zal thans veel sterker zijn.
Proef c. Op eene viool stemme men twee naast elkan-
der liggende snaren zoo, dat zij den zelfden toon geven en strijke
de eene daarvan aan. De andere snaar zal mede klinken, en
men zal hare toontrillingen gemakkelijk kunnen waarnemen, wan-
neer men een smal, van boven zamengebogen strookje papier over
het midden der tweede snaar zet. Gelijk hier de trillingen zich
aan de gelijk gestemde snaar mededeelen en ze bewegen,
zoo deelen zij zich ook aan die houtvezels mede, die den zelf-
den toon kunnen geven, en worden, daar deze talrijk zijn,
aanzienlijk versterkt. Terwijl eene snaar alleen slechts een
zwakken toon heeft, geeft het grootere houten blad met zijne
vele medeklinkende vezels een merkelijk sterkeren toon. Het
medetrillen van een ligchaam van grooteren omvang, dat den
toon der oorspronkelijke trillingen versterkt, heet de resonans.
Daarop steunt het aanbrengen van den klankbodem bij
ieder snaarinstrument; deze moet van droog, veerkrachtig en,
zoo als men het noemt, regtdradig hout vervaardigd zijn; de
kortere houtvezels bevinden zich meestal ook onder de kortere
snaren, de langere onder langere en dikkere snaren.
Proef d. Om de trillingen der vezelen van een klankbo-
dem merkbaar te maken, neme men drie borstelharen, die men
uit een kamer- of kleêrschuijer kan trekken, en binde ze door
een omwonden draad zoodanig aan een klein kurkje, dat de
haren aan de eene zijde even ver, omtrent twee duim, uitsteken
en de pooten uitmaken waarop het staat, gelijk een tafeltje met
drie pooten. Dezen toestel plaatse men op den klankbodem eener
piano. ^Slaat men verschillende toetsen aan, dan zal men weldra