Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
516
neder. Trekt men met de andere hand het midden van den
draad benedenwaarts en laat men hem dan los, dan keert hij uit
zijn gebogen stand Nr. II, terwijl hij zich zamentrekt, met toene-
mende snelheid in zijn oorspronkelijken toestand van rust Nr. I
terug. Hier komt hij, volgens de wet der inertie (§ 37), niet
tot rust, maar gaat met afnemende snelheid daar bijna even zoo
ver over heen tot in den stand Nr. III. Vafi hier keert hij we-
der terug, doch komt wegens den tegenstand der lucht niet
geheel tot in den stand Nr. H. Terwijl de gespannen draad van
daar weder naar de nabijheid van zijn bovensten stand snelt,
begint hij zijne tweede dubbele trilling en brengt het tweede
enkelvoudige geluid voort. Gelijk de schommelingen van den
slinger, duren de dubbele trillingen der snaren even lang en
veroorzaken daarom eene regelmatige herhaling van het zelfde
geluid, die tot eenen toon zamenvloeit. Zoo slingert eene snaar
als een geheel heen en weêr, terwijl zij regelmatig dwars
door haren toestand van rust heengaat; hare trillingen zijn
transversale of dwarstrillingen.
Toon- ^^ gesteldheid der trillingen eener snaar hebben wij te
hoogte onderzoeken, waarvan de hoogte van dentoon, dien
eener ,
snaar. geeft, afhangt.
Proef b. Naast het eene einde van den in de vorige
Dikte proef gebruikten draad bevestige men een eind bindgaren; hunne
der andere einden binde men aan een stokje, dat men in het mid-
Bnaar. aanvat om beide draden even sterk te spannen. De dun-
nere draad zal een hoogere toon geven. De toon van een
gespannen draad of van eene snaar is des te hooger hoe dun-
ner zij zijn. Daarom geeft men aan de snaarinstrumenten
voorde lagere toonen dikkere en voor de laagste om-
sponnene snaren.
Proef c. Men spanne den draad met de hand slechts
Span- weinig, hij zal een lageren toon geven. Trekt men hem strak-
ning der ijgj. j^n wordt de toon hooger; door de sterkere spanning
wordt de veêrkrachtigheid vermeerderd en daardoor het aantal