Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
513
Wet: Een toon is des te hooger hoe groo-
ter zijn trillingsgetal is.
Ten einde de trillingsgetallen der verschilldnde too-
nen te kunnen vinden, bevestigt men de randschijf der sirene
aan het kleine rad eener snaar zonder einde (§ 50), terwijl men
het groote rad door middel eener kruk omdraait. Aan de ge-
meenschappelijke as van deze kleine schijf en van de sirene zit
verder een rondsel (§ 51) met weinig tanden en grijpt in een
groot kroonrad, welks as boven eene verdeelde cirkelschijf eenen
wijzer draagt. Kroonrad en wijzer bewegen zich veel langzamer;
men kan het getal hunner omdraaijingen gemakkelijk tellen en
daaruit naar gelang van het aantal tanden het getal der omdraai-
jingen berekenen, welke de sirene gedurende een zekeren tijd
volbragt heeft. Maar zoo veel openingen de sirene heeft, zoo
vele dubbele trillingen maakt de lucht bij iedere omdraaijing
der schijf. De volgende zijn de gewigtigste uitkomsten der met
de sirene genomene proeven.
a. De 1 a a g s t e t O 0 n, die in de muziek gebezigd wordt, Laag-
de sub- contra-C, die twee octaven lager ligt dan de groote,
en
laagste C van het klavier, maakt in eene seconde 16 dubbele hoog-
trillingen. En zelden worden hoogere toonen gebruikt dan ^qq^^jj
de vijf maal gestreepte c, aan welke 4096 dubbele trillin- der
gen toekomen. Tusschen de beide toonen liggen de acht octa-
ven, welke de muziek omvat.
b. De octaaf van den oen of anderen toon wordt Octaven,
door het dubbele aantal trillingen voortge-
b r a g t. Iedere toon heeft zijnen naam, die met het oude tee-
ken voor den toon overeenstemt. Eer namelijk het tegenwoor-
dige notenschrift uitgevonden werd, schreef men de noten zon-
der lijnen slechts met latijnsche letters, met groote, kleine en
zulke, boven of onder welke men strepen maakte. De laagste,
sub-contra- C van het orgel ^heeft tot hoogere octaaf de con-
tra-C met 32 dubbele trillingen. Daarop volgt de groote C
met 64, de kleine c met 128, de eens gestreepte c met 256,