Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
511
den wind, wiens snelheid nu toe-, dan afneemt; het ruischen
der na ongelijke tusschentijden bewogene bladeren ; het m u r-
melen der beek en het plassen der bron; het rollen van
den donder of van een verwijderd gelederenvuur— dat alles zijn
voorbeelden van een geruisch of van een aanhoudend, onre-
regelmatig zamengesteld geluid.
288. Het regelmatig zamengesteld geluid of de toon. Regel-
Proef. Van dun, glad bordpapier of karton wordt eene matig
cirkelvormige schijf gesneden, die 15 tot 24 duim middellijn gebeld'
kan hebben. Den omtrek der schijf verdeele meu in 24 gelijke geluid,
deelen, en ieder dezer deelen weder in 2 ongelijke stukken.
Daarbij worde steeds het eerste kleinere stuk uitgesneden,
en het grootere blijve staan. Zoo ontstaat een getand rad, welks
tanden breeder zijn dan de daar tusschen liggende openin-
gen. De tanden staan even ver van elkander en zijn in de rig-
ting van den straal even lang, van iets meer dan een duim
lengte. Zoo ingerigt, wordt
de tandschijf over het onder-
ste gedeelte eener breinaald
gestoken en door middel van
eene van boven en eene van
onder over de naald daartegen
geschoven kurk bevestigd. De
naald wordt loodregt op de
tafel gezet, en ook, gelijk in
§ 332, tegen zijdelingsche be-
wegingen verzekerd en door
de hand, die de breipen van boven aanvat, in eene draai-
jende beweging gebragt. Verder neme men eene kleine buis,
wier benedenste opening een weinig kleiner is dan de openingen
der schijf; men kan ze van zamengerold papier vervaardigen. De
geheele toestel is eene zoogenaamde Sirene in hare eenvou-
digste gedaante.
De Si-
rene