Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
aether.
768
van zamenhang, de cohaesie, verschillende uitingen eener en-
enkele kracht, de algemeene aantrekkingskracht,
welke als grondkracht in al het ligchamelijke woont. En wan-
neer de deelen van een luchtvormig ligchaam zich van elkan-
der trachten te verwijderen, zoo is geenszins aan de deeltjes
dier ligchamen zeiven eene afstootende kracht toe te schrij-
ven; zij trekken elkander aan, gelijk de deeltjes van alles wat
stof heet. Veeleer worden wij genoopt, aan te nemen, dat de
deeltjes dier ligchamen met een omhulsel of dampkring van
eene zeer fijne veerkrachtige stof omgeven zijn, die ze van el-
kander tracht te verwijderen.
Velerlei beschouwingen hebben reeds vroeg de natuurkundi-
b. De gen tot het denkbeeld geleid, dat de geheele wereldruimte door
eene fijne, veerkrachtige stof vervuld wordt, die den naam van
aether verkregen heeft. De aether zelf doordringt alle ligcha-
men , en de deeltjes van ieder zijn door aether-atmospheren om-
sloten ; van de grootte daarvan hangt de toestand van een lig-
chaam af; zij zijn het grootst bij gassen en dampen. Nu neemt
een ligchaam, wanneer het uit den vasten tot den vloeibaren of
uit dezen tot den luchtvormigen toestand overgaat (§ 371 en
§ 375) eene hoeveelheid warmte op, die schijnt te verdwijnen,
maar iu werkelijkheid dient om de aether-atmospheren binnen
het ligchaam te vergrooten. Zoo ligt dan het vermoeden voor de
hand, dat de warmte als eene werking van den aether te beschou-
wen is, en daar vele warmteverschijnselen met lichtverschijnse-
len gepaard gaan, en warmte- en lichtstralen op gelijke wijze
eene terugkaatsing door holle spiegels en eene gelijke breking
door brandglazen ondergaan, dat ook het licht tot den aether
als tot zijne oorspronkelijke bron terug te brengen is. Gelijk het
geluid door trillende bewegingen van b'gchamen, zoo ontstaan
licht en warmte waarschijnlijk door trillingen van den aether. De
trillingen van een ligchaam worden eerst hoorbaar wanneer zij
genoegzame snelheid verkregen hebben; zoo worden de aether-
tiillingen eerst zigtbaar wanneer zij snel genoeg plaats hebben.