Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
498
klok overtreft dat van eene kleine; door het schot van een
kanon wordt eene luchtmassa van grooter omvang in trilling
gebragt dan door een geweer- of pistoolschot. Bij een harden
slag op de tafel doorloopen de deeltjes van het hout een
grooteren weg, gelijk het trillen van daarop liggende lig-
chamen aantoont; een van eene grootere hoogte nedervallende
regendroppel brengt hoogere golfbergen en diepere dalen
in eene watervlakte en tevens een sterker geluid voort; zoo be-
werkt ieder in grootere bogen trillend ligchaam sterkere geluids-
golven.
Wet: Het geluid is des te sterker, naarmate de deeltjes
van het geluid gevend ligchaam , en dus ook die
van de lucht of eenig ander ligchaam, waarin
dit geluid wordt voortgeplant, grootere wegen bij
het heen en weder gaan in den zelfden tijd
afleggen. Hoe grooter de afstand, waarop het ge-
luid wordt voortgeplant en hoe minder goede ge-
leider voor het geluid het ligchaam is, waarin die
voortplanting geschiedt, des te meer wordt het op
zijnen weg tot ons oor verzwakt.
284. De snelheid van het geluid. Om van de plaats
De snel- ontstaan tot eene andere plaats te komen, hebben
heid van de geluidsgolven eenigen tijd noodig. Wanneer men op een
luid?' aanmerkelijken afstand den hamer van een steenhouwer
of de bijl van een houthakker ziet neervallen, dan hoort men
den slag eerst een weinig later; het licht heeft zich bijna oogen-
blikkelijk tot aan het oog van den waarnemer voortgeplant,
maar het geluid heeft daartoe eenigen tijd besteed. Wanneer
men uit het venster van eene bovenverdieping een m a r c h e-
rend regiment overziet, dan neemt men waar dat de ach-
tersten den voet later neêrzetten dan de voorsten, ofschoon alle
soldaten zich naar de door de zelfde trommels aangegeven maat
rigten; tot de achtersten komt het geluid later, daarom maken zij