Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
767
*De terugkaatsing der warmtestralen door glanzende ligcha-
men geschiedt, gelijk reeds de in § 312 besprokene brandspie-
gels bewijzen , op gelijke wijze en naar de zelfde wetten, welke
vroeger (308) voor de terugkaatsing des lichts zijn ontwikkeld.
Wanneer men in het brandpunt F van een hollen metalen spie-
gel een ijzeren net met glimmende houtskolen op een voetstuk
plaatst, dan zullen de daardoor uitgezonden warmtestralen door
den spiegel zoo worden terug gekaatst, dat een groot deel
daarvan na de terugkaatsing evenwijdig zijn. Worden deze door
eene op verscheidene ellen afstands geplaatsten, tweeden spie-
gel opgevangen, dan zal deze ze allen weder in zijn brandpunt
F' doen zamenkomen. Een daar geplaatst ligt brandbaar lig-
chaam , een stukje zwam b. v., kan op deze wijze ontstoken
worden door de warmte van een vuur, dat op 10 ellen, by
groote spiegels zelfs op 25 ellen afstands is geplaatst.
404. Terugblik. Wij zijn op het pad, dat ons door den De
bloeijenden rijk versierden hof der natuurverschijnselen geleid k"acb'ten.
heeft, aan een punt gekomen, waar het betaamt, den afgelegden
weg nog eenmaal te overzien en naar de oorzaken te vragen,
waarin de menigvuldigheid der verschijnselen gegrond is.
Bij de beschouwing der mechanische verschijnselen werden a. De al-
wij tot de zwaartekracht geleid, welke als aantrekkende
kracht in de geheele massa der aarde bestaat, al het aardsche kings-
aan haar boeit en het verhindert, zich van haar te verwijderen.
Maar zoo wel de bewegingen als de drukking, welke de zwaarte-
kracht bewerkt, verkrijgen eene verschillende gedaante en ver.
toonen zich in aanmerkelijk van elkander afwijkende vormen,
naar gelang de toestand der ligchamen vast of drupvormig, vloei-
baar of luchtvormig is. De toestand van een ligchaam rigt zich
naar de kracht van den zamenhang, welke zijne deelen
vast en innig, of los en ligt beweegbaar aan elkander verbindt.
Daarom erkennen wij in de zwaartekracht en in de aantrekking