Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
760
bij brijachtige spijzen, rijst en dergelijke, niet mogelijk, waar-
om zij uren lang warm blijven.
401. Aanwending van goede en slechte warmtege-
tog^an' I^® verscheidenheid in het geleidingsvermogen der lig-
goedeen chamen vindt talrijke aanwendingen. Goede warmtegelei-
slechte ^ers worden aangewend wanneer men warmte
warmte- °
geleiders.snel wil verbreiden, slechte wanneer men de
warmte ergens wil terug houden.
Om water snel aan het koken te brengen gebruikt men m e-
talen ketels, en om zich snel te kunnen warmen ij z e r e n
k a gc he 1 s.
Daarentegen doen de slecht geleidende kleedingstoffen
en bedden het ligchaam zijne warmte behouden, op gelijke
wijze als zij eene warmflesch beletten zich snel af te koelen;
ruime kleederen zitten warmer dan eng sluitende, omdat
de afgeslotene luchtlaag tusschen het ligchaam en de bekleeding
het ontwijken zijner warmte verhindert; een wollen t a p ij t
onttrekt als slechte warmtegeleider aan de voeten de warmte
zoo langzaam, dat haar verlies niet voelbaar wordt; daarom ook
laat de ruiter in de winterkoude de metalen stijgbeugels
met laken of stroo omwikkelen. De geheele ons omringende
dampkring heeft de inrigting van een slechten warmtegelei-
der; ware zij een goede geleider, dan zou zij in korten tijd de
oppervlakte van den aardbol aanmerkelijk verkoelen, daar
echter de lucht, naar boven en naar de zijden stroomende,
zich beweegt, en de verschillende luchtdeeltjes, die met het
ligchaam in aanraking komen, steeds warmte met zich nemen,
hebben de dieren eene bedekking van wol, haar en vederen
als beschutting tegen een te groot warmteverlies ontvangen.
De afgesloten, rustige luchtlaag tusschen goed sluitende dub-
bele vensters en dubbele deuren biedt aan de kamerwarmte
eene slechte geleiding aan en laat ze niet ontwijken; de tus-
schenruimten tusschen de dubbele wanden der ijzeren brand-