Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
757
halm, eene strook papier of eene houtspaan met het eene einde
op eenigen afstand boven eene vlam, dan is aan haar ander
einde geen toenemen van warmte te gevoelen. Zelfs wanneer die
ligchamen in de vlam gehouden worden en onder aanmerkelijke
ontwikkeling van warmte verbranden, is slechts in de nabij-
hein der vlam zelve eene verhooging van temperatuur merk-
baar-
Proef c. Wanneer men op de hand eene laag asch ter
dikte van eenen vinger brengt en daarop eene gloeijende kool
legt, dan is de hand tegen het branden volkomen beveiligd. De
asch neemt de warmte der kool zeer langzaam op en leidt ze
even langzaam tot aan de hand,
Proef d. Eene met heet water gevulde kruik of tinnen flesch
(eene warmflesch) omhulle men met verscheidene lagen van wol-
len of linnen stof f legge ze in een vederen bed. Zij zal nog
na langen tijd warm zijn, en slechts die deelen der omhulling,
welke het naast bij haar liggen, zullen warmte opgenomen
hebben.
Proef e. Twee pastilles worden aangestoken en de
eene daarvan op een stuk metaal, b. v. een groot stuk geld, de
andere op een blokje hout of op papier gezet. De op het me-
taal staande pastille gaat uit eer zij geheel is uitgebrand ; die
door het papier gedragen wordt brandt tot beneden toe af. Het
metaal onttrekt aan de pastille de tot het verbranden noodige
warmte en leidt ze weg; het papier daarentegen leidt de warmte
niet weg.
Zulke ligchamen, welke de warmte der hen aanrakende lig- Goedo
chamen langzaam opnemen en zeer langzaam door
hunne massa verbreiden, heeten slechte warm- warmtc-
tege leiders. geleiders.
Goede warmtegeleiders zijn de metalen.
Slechte warmtegeleiders zijn pelterijen, wol, katoen,
zijde en linnen, stroo, papier vederen, hout, kolen en asch,
sneeuw en ijs.