Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
756
in aanraking met de hand; van deze is de warmte op het
glas, en van het glas in het kwik overgegaan. De warmte heeft
zich van het eene ligchaamsdeeltje tot het andere, dat er on-
middellijk mede in aanraking was, voortgeplant, of zij is tot
dit laatste geleid geworden.
Proef b. Gelijk de warmte van ieder ligchaam tot het daar-
aan rakende overgaat, zoo ook van de verwarmde deelen tot
de naburige deelen van een en het zelfde ligchaam. Men houde
een kort stuk ijzerdraad met het eene einde in eene kaars-
vlam ; weldra zal men gevoelen hoe de warmte in het ijzerdraad
zich tot de vingers, die het andere einde vasthouden, verbreidt.
De door de vlam verhitte metaaldeeltjes deelen hunne warmte
aan de naastliggende, hen aanrakende, en deze weder aan de
volgende mede, totdat zij zich allengs tot het andere einde
voortgeplant heeft.
Deze verbreiding der warmte van ieder ligchaamsdeeltje tot
het naaste, dat er onmiddellijk mede in aanra-
king is, wordt geleiding der warmte genoemd.
399. Geleiding der warmte door vaste ligchamen.
Warmte- Gelijk de voorgaande "proef bewezen heeft, neemt het metaal
^^ng warmte der heete gassen die het aanraken schielijk op en
door verbreidt ze door zijne gansche massa. Alle metalen zijn goede
vaste warmtegeleiders,
lip'»
chamen. Proef a. Om een niet te kleinen sleutel winde men een
katoenen draad en trekke de windingen strak aan, opdat zij
het metaal volkomen aanraken. In eene kaarsvlam gebragt,
verbranden de windingen van den draad niet. Er wordt dus op
de eene of andere wijze aan den draad de warmte, er door
de vlam aan medegedeeld, ontnomen. Dit doet de sleutel, die
gretig van den draad warmte opneemt en door zijne geheele
massa verbreidt.
Proef/». Een tegengesteld verschijnsel toonen stroo, pa-
pier , hout en vele andere ligchamen. Houdt men eenen stroo-
U