Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
753
tap. Het liggende kruis der sohuifstang grijpt met zijn bovenste
gedeelte in den bovensten tap des hefbooms en schuift dezen
met de schuifklep naar de regter zijde wanneer de schuifstang
zich naar de regter zijde beweegt.
Nabij de plaats van den conductor is eene stoomfluit F
aangebragt, door welke hij den stoom tot het seingeven laat
stroomen. Het daarnaast links van de stoomfluit uitstekende
gedeelte van den ketel, het mangat, is eene opening, door
eene met schroeven daarop bevestigde plaat gesloten, welke plaat
afgeschroefd wordt wanneer de ketel gereinigd moet worden. De
bovendien boven uit de locomotief uitstekende buizen L en S
zijn veiligheidskleppen, die zich naar boven openen en den
stoom vergunnen uit te stroomen wanneer zijne spankracht te
groot geworden is. De eene daarvan, L, is door eene veêr geslo-
ten en voor den machinist niet toegankelijk, terwijl bij, als 't
noodig is, de veiligheidsklep iS kan openen en den stoom
werkeloos in de open lucht laten stroomen. De machinist,
wiens taak het tevens is, de buiten den ketel (§ 395, 3) aange-
bragte waterstandsbuis waar te nemen en de voedingspomp, die
uit den tender het water aanvoert, in werking te brengen,
heeft het in zijne magt of hij snel of langzaam, voor-
waarts of achterwaarts rijden wil. De snelheid der beweging
hangt van de hoeveelheid stoom af, welke door de stoombuis
in de stoomkas komt; daarom bevindt zich in de stoombuis eene
draaiklep, waaraan de machinist met behulp eener stang een
stand naar welgevallen kan geven, naar gelang hij veel of wei-
nig stoom wil laten werken. Om achterwaarts te rijden
verandert hij den stand der stoomschuif door de
stang // op te trekken. Die stang is een tweearmige hefboom,
die in N zijn steunpunt heeft; zijn linker arm, die in de teeke-
ning slechts door eene regte lijn aangeduid is, draagt eene ins-
gelijks als lijn geteekende, nederwaarts loopende stang, wier
benedeneinde aan het liggende kruis der excentriekstang grijpt.
Gesteld, de zuiger stond in het midden van zijnen cilinder, en