Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
751
zijn van geel koper en ongeveer 3 ^ duim wijd. De rook en de
verhitte lucht hebben uit de stookplaats geenen anderen uitweg
dan door deze buizen, van welke er vier in de teekening voor-
gesteld zijn. Het water in den ketel omringt de warmtebuizen,
en door middel van deze inrigting wordt met genoegzame snel-
heid de groote hoeveelheid stoom ontwikkeld, die tot het drij-
ven van het werktuig gevorderd wordt.
Het zou niet doelmatig zijn, den stoom, die zich in den
ketel boven het water /I verzamelt, dadelijk naar de stoomkas
en den stoomcilinder af te leiden, omdat er alsdan bij de be-
weging van den wagen ook ligt water in deze deelen van het
werktuig zou kunnen komen en er storend op werken. Daarom
geeft men aan den stoomketel in de nabijheid van den schoor-
steen eene wijde, 5 palm of meer naar boven uitstekende kap,
de stoom kap C, die gewoonlijk van geel koper is gemaakt,
In de stoomkap stijgt de waterdamp omhoog en vindt door eene
naar beneden voerende stoombuis eenen weg, langs welken
hij in de beneden den schoorsteen aangebragte stoomkas 3
komt.
De stoomkas , alsmede de stoomcilinder D, die er zich on-
der of naast, voor de voorwielen der locomotief, bevindt, heb-
ben een liggende stand. Daarom beweegt zich ook de zui-
gerstang niet naar boven en beneden, maar zij word horizon-
taal heen en weer geschoven en door eene er boven en onder
aangebragte stang verhinderd van de horizontale lijn af te wij-
ken, Door eene verbindingsstang en de kruk n (§53) draait
de zuigerstang de as der groote midden- of drijfwielen om
en brengt zoo de locomotief in beweging. Daar eene enkele kruk
volgens 5 56 dit nog geenszins geregeld zou kunnen doen, zoo
moet het werktuig twee stoomcilinders benevens de daarbij be-
hoorende stoomschuiven en buizen, twee zuigerstangen en twee
krukken hebben, waarvan de eene, bij horizontale ligging der
andere, een loodregten stand heeft.
Wat de stoomverdeeling betreft, zoo heeft volgens de teeke-