Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
748
de ketel springt, zelfs wanneer de veiligheidsklep zich opent.
In eene branderij te Edinburg was een groote stoomketel, van
twee veiligheidskleppen voorzien, in werking gebragt en werd
reeds op den twaalfden dag door eene ontploffing verbrijzeld;
het bovenste gedeelte van den ketel, 7000 ponden zwaar, brak,
omhoog vliegende, door het gemetselde gewelf der werkplaats
en verhief zich nog bijna 25 ellen; bij het neervallen sloeg hij
een bij de branderij behoorend gebouw in en verbrijzeld een bak
van gegoten ijzer in de benedenste verdieping van dit gebouw.
Waarschijnlijk was het ongeluk door een te lagen waterstand in
den ketel veroorzaakt; het onderste sterk gewelfde gedeelte was
van water ontbloot en gloeijend geworden en had eerst eene
scheur gekregen, waarbij het uitgeworpene w'ater met de bijna
gloeijende plaatsen in aanraking kwam.
Het water zet in den ketel steeds een bezinksel af, dat zich
Ketel- langzamerhand tot eene steenachtige korst, deu zoogenaamden
steen, ketelsteen verhardt, waardoor de warmte van het vuur slechts
zeer moeijelijk heendringen kan. Hierdoor wordt de verwarming
van het water bemoeijelijkt en de bodem van den ketel, waar
het vuur hem raakt, in korten tijd vernield, omdat hij eene veel
hoogere temperatuur aanneemt dan indien het water hem on-
middellijk aanraakte. Men tracht daarom het ontstaan van dit
bezinksel door kolenpoeder, siroop, aardappelen te verhoeden en
brengt eene opening, het zoogenaamde mangat, die door eene
plaat met schroeven kan gesloten worden, in den bovenwand
des ketels aan, om er te kunnen ingaan en hem te reinigen.
Naar het model van het werktuig van Watt worden niet slechts
Stoom- de meeste vaststaande stoomwerktuigen voor fa-
schepen. brieken en stoommolens vervaardigd, maar ook de werktuigen
der stoomschepen. De Noord-Amerikaan Robert Ful-
ton, die in den jare 1807 het eerste groote stoomschip „Cler-
mont" bouwde, nam daartoe eene door Watt en Bolton ver-
vaardigde machine van twintig paardekrachten. Het stoomwerk-
tuig draait de as der zich aan beide zijden van het vaartuig