Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
747
buis, indien zij van glas is gemaakt, zeer breekbaar is, zoo
maakt men haar dikwijls van ijzer en laat dan, gelijk de figuur
dit voorstelt, een ijzeren staafje op het kwik in den open arm
drijven. Aan dit staafje is eene dunnere stang bevestigd; het bo-
veneinde daarvan wijst nu op de schaal de hoogte van het
kwik aan.
5. De veiligheidskleppen. Vooral moet de ketel van y^jjjg
veiligheidskleppen voorzien worden. Zij worden zoo ingerigt als heids-
haar uitvinder Papin ze aan den Papiniaanschen pot (§ 376) I^ISPP«"-
aangebragt heeft; alleen moet de opening veel grooter zijn.
Meestal worden er twee veiligheidskleppen aangebragt en de
eene achter slot gehouden, opdat zij voor de arbeiders niet
toegankelijk zij. Bij te groote spankracht opent de stoom de
kleppen en stroomt uit; de machinist opent de veiligheidsklep
wanneer het werktuig stil moet staan.
De meeste ontploffingen van stoomketels zijn aan-Springen
eene te groote belasting der veiligheidsklep en aan eene onge-
regelde of gebrekkige voeding van den ketel toe te schrijven, ketels.
Zoo had er eene vreeselijke ontploffing van den stoomketel in
eene engelsche fabriek plaats ten gevolge der onvoorzigtigheid
van eenen arbeider, die op de veiligheidsklep ging zitten en aan
zijne makkers het schouwspel van de schommelende beweging
wilde aanbieden, waarin hij naar zijn zeggen gebragt zoude wor-
den wanneer de stoom sterk genoeg zou geworden zijn om
hem op te ligten. De klep kon zich niet openen, de ketel sprong
eu de stukken doodden en wondden een groot aantal menschen.
— Is de voeding van den stoomketel op de eene of
andere wijze belemmerd en er te weinig water in, dan wordt
een gedeelte der aan het vuur blootgestelde ketelwanden ont-
bloot en te sterk verhit; maar de ketel levert te weinig stoom,
het werktuig gaat langzamer en de arbeider versterkt het vuur
en tevens het kwaad. De ketel geraakt aan 't gloeijen en ver-
liest daardoor zijne vastheid; hij wordt met bijkomend water ge-
vuld , en nu begint eene zoo geweldige stoomontwikkeling, dat