Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
745
Fig. 432.
bij misschieu te groot gewordene spankracht van den stoom te
voorkomen. De volgende zijn de gewigtigste dezer toestellen:
1. De zelfwerkende vlotter. In den stoomketel is De vlot-
eene loodregte buis geplaatst, welke door zijnen wand stoom-
digt ingeschroefd is en met haar benedeneinde in het water reikt.
Aan het boveneinde draagt de buis het van boven opene vat V,
in hetwelk de voedingspomp door
de voedingsbuis G het uit den
condensor gekomene warme wa-
ter brengt. Maar de loodregte
buis is door eene klep gesloten,
die door een hefboom, wiens
steunpunt in is, neergedrukt
wordt. Aan den eenen hefbooms-
arm hangt een gewigt//; aan den
anderen arm is • eene loodregt
naar beneden voerende metalen
stang bevestigd; deze gaat in
eene pakkingbus door den bo-
vensten wand des ketels, reikt
tot in den ketel en draagt van onderen eenen zandsteen, den
vlotter F. De metalen stang heeft juist zulk eene lengte, dat
de klep gesloten blijft wanneer het water de juiste hoogte heeft
en twee derden van den ketel vult. Zakt echter het water, dan
zakt ook de gedeeltelijk (§ 90) daardoor gedragen vlotter, trekt
door middel van den hefboom de klep op en laat zoo lang
voedingswater in den ketel vloeijen totdat de vlotter weder tot
de juiste hoogte gestegen is.
2. Omdat evenwel de vlotter zijne dienst zou kunnen weige- j)g proef-
ren, brengt men toestellen aan , die vergunnen om de hoogte van kranen,
den waterstand in den ketel waar te nemen. De zooge-
naamde p ro e f k r a n e n zijn buizen, die door den zijwand heen
in den ketel reiken en buiten dezen door kranen gesloten zijn.
De buis der bovenste kraan, der stoomkraan, reikt niet ge-
48*