Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
739
stoomcilinder door slijting zoo lek maken, dat de stoom er uit-
stroomen en de beweging van den zuiger ophouden zou. Het
kwam er dus op aan, om eene op- en neergaande regtlijnige
beweging in eene op- en neergaande cirkelvormige te veranderen.
Proef. Men neme drie stukken ijzerdraad, ac ^ bd en ab ^
en schuive de einden der beide eerste in horizontole rigting door
de kurken c en d. Daarop steke men aan de andere einden der
zelfde ijzerdraden de kurken fl en die men in het raiddel-
Eig. 438.
punt naar de rigting, van het waarnemende oog afgewend, door-
boord heeft, om den derden, twee maal regthoekig omgebogen
draad ab met genoegzame speelruimte op te nemen. De deelen
ac en hd van den draad worden van naauwkeurig gelijke lengte
genomen, het midden e van den gebogen draad ab kan door
een stukje kurk, dat men er over schuift, aangeduid en de kur-
ken c en // aan de van het oog afgekeerde zijde van korte stif-
ten voorzien worden. Houdt men nu deze kurken c an d met
hare stiften tegen een loodregt vlak of plaat en draait men den
geheelen toestel om deze als vast liggende assen, dan beweegt
zich het eindpunt a in een cirkelboog, gelijk ieder punt aan het
stoomwerktuig, maar het punt b beweegt zich door een even
zoo grooten boog. Zoo veel a bij het opstijgen van de loodregte
lijn ter regter zijde afwijkt, zoo veel wijkt b naar de linker zijde
af; de draad ah draait zich daarbij om zijn midden e, dat
loodregt in regte lijn opstijgt. Ligt kan men den toestel zoo