Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
730
bewegen. Door middel van een ketting hangt de zuiger aan het
eene einde van een sterken evenaar en trekt dien bij zijnen ne-
dergang naar beneden; aan het andere einde van den evenaar is
een gewigt en de stang eener pomp bevestigd, die door het werk-
tuig in beweging gebragt moet worden. Gewigt en pompstang
zijn zoo zwaar gemaakt, dat zij, in geval hun geene andere
kracht tegenwerkte, dalen en den zuiger optrekken zouden.
Bevindt zich vooreerst de zuiger in het bovenste gedeelte van
Werking den stoomcilinder, dan opent men de kraan der stoombuis en
cWm'' stoom in den cilinder, onder den zuiger, dringen. De lucht
ontwijkt, gelijk naderhand ook het water, uit het onderste ge-
deelte van den cilinder door eene ontlastingspijp s', wier
benedeneinde in een bak met water uitloopt en daarin door
eene zich naar boven openende klep gesloten wordt, of ook,
zoo als in de teekening, van eene kraan voorzien is. Daarop
wordt de kraan der stoombuis r gesloten en koud water in den
stoomcilinder gelaten. Het koude water bevindt zich in een eenig-
zins hooger geplaatsten waterbak Hen vloeit in het onder-
ste gedeelte van den stoomcilinder zoodra men de kraan /
van de toevoerpijp, die uit den waterbak leidt,
opent. Terstond wordt de stoom verdigt; er ontstaat onder de
buis eene ledige ruimte, en de lucht drukt den
zuiger naar beneden. Thans moet de kraan r'der toe-
voerpijp gesloten en de kraan der stoombuis r weder geopend
worden; er komt weder stoom in den cilinder, die aanvankelijk
zijne warmte aan den cilinder en het daarin aanwezige water
afgeeft, totdat het, door zijne zwaarte benedenwaarts gedre-
ven, zich de klep der ontlastingspijp geopend heeft, of de
kraan s' geopend is om het te doen wegvloeijen. De uit den
ketel stroomende stoom werkt naauwelijks sterker dan de damp-
kringslucht en drukt den zuiger met de zelfde kracht naar
boven, waarmede de lucht hem neerdrukt; de opwaarts gaande
beweging van den zuiger wordt echter door de zwaarte van het
gewigt en van de pompstang voortgebragt, welke het andere