Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
254
pen grooter is; op gebergten valt meer regen dan in de vlakten.
Naar de grootte der droppels onderscheidt men stofregen
en plasregen, naar zijne verbreiding over eene kleine uit-
gestrektheid of eene groote landstreek .plaatselijke regen
en landregen.
De sneeuw. In den winter veranderen de waterdampen, uit
Sneeuw, warmere streken overgewaaid, zich in koude luchtlagen, wier
temperatuur beneden het vriespunt ligt, niet in waterblaasjes,
maar in wolken, die uit fijne sneeuwvlokjes bestaan. Deze groei-
jen aan door voort-
Kg. 418. durend aanzetten
en bevriezen vau
waterdamp, worden
zwaarder en vallen
als sneeuwvlokken
naar beneden. Vangt
men in de koude
met eene glasruit of
op donker papier
sneeuwvlokke» op
en beschouwt men ze door een vergiootglas, dan vertoonen zij
allen den grondvorm eener zeshoekige ster, die tot de
meest verschillende regelmatige gedaanten ontwikkeld is.
De hagel. Voor het ontstaan van den hagel, deze midden in
Hagel. zomer in ijskorrels veranderde regendroppelen, weet men tot
nog toe geene volkomen zekere verklaring. Men is niet in staat
op te geven, van waar de groote koude komt, die bij aanmer-
kelijke warmte der lucht het water doet bevriezen, noch hoe het
mogelijk is, dat de hagelkorrels lang genoeg in de lucht zweven
om tot zulke grootte aan te groeijen. De hagelwolken zijn aan
het uitgetakte en verscheurde voorkomen harer randen en aan
hare witachtige of grijs-roodachtige tint te herkennen ; meestal
zweven zij zeer laag en veroorzaken eene aanmerkelijke ver-
duistering der lucht. Het vallen van hagel kondigt zich door