Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
717
van het glas geschiedt de vorming van den dauw in 't groot.
Proef a. Op een helderen en stillen zomeravond plaatse ^^e
men op geringen afstand boven den grond horizontaal eene y^jt ^jet
glasruit; men kan ze in eene kurk klemmen, die men op
eenen stok spijkert. Des morgens zal men ze, in geval er des
nachts geen donker, stormachtig weder ontstaan is, boven en
beneden met dauw bedekt vinden. Men mag daarom, even
min als men van de vochtigheid aan onze vensterruiten zegt
dat zij er op gevallen is, zeggen dat de dauw gevallen is. Veel-
eer ziju juist de zelfde waterdampen tot dauwdroppels verdigt
geworden, die te voren reeds in onzigtbare gedaante de thans
bedauwde voorwerpen omzweefden.
Proef h. Legt men na zons-ondergang vóór eenen nacht, Afkoe-
waarin dauw te verwachten is, eenen thermometer in het nog
niet bedauwde gras, dan zal men daar de temperatuur lager grond,
vinden dan in de lucht. In heldere stille nachten worden
voorwerpen op de oppervlakte der aarde kou-
der dan de lucht en verdigten daarom de hen omhullende
dampen der lagere luchtlagen. De afkoeling gaat het bedauwen
vooraf.
Proef r. Men bange op geringen afstand boven den grond Ongelij-
te gelijk een vlokje w o 1 en een blank stuk m e t a a 1 op. Is koeling,
de afkoeling van den grond begonnen, dan onderzoeke men met
den thermometer de warmte van beide ligchamen; de wol zal
zich meer afgekoeld hebben dan het metaal, en des morgens
zal men de wol met dauw bedekt vinden, maar het metaal niet,
of veel minder.
Alle voorwerpen aan de oppervlakte der aarde zenden warm-
testralen in de koude hemelruimte uit, die men niet zien, maar
wier werking men waarnemen kan. Door dit uitzenden van
warmte worden zij zeiven afgekoeld en koelen daarom ook de
dampen om zich heen af Doch gelijk de proef leert, koelen
niet alle ligchamen in den nacht zich even sterk af; bij gevolg
zullen ook niet allen zich met dauw kunnen bedekken. Gras