Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
716
Psychro- uit twee zeer naauwkeurig bewerkte thermometers, die tiende
meter. Jeelen van graden aanwijzen; zij hangen naast elkander; de
eene geeft de temperatuur der lucht aan, maar de bol van den
anderen is met fijn linnen omwonden, dat in een daaronder
staand vat met water reikt, en wordt door de cappilariteit van
het linnen bestendig vochtig gehouden. Wegens de daardoor te
weeg gebragte verdamping moet de tweede thermometer lager
staan dan de eerste. Stonden beiden even hoog, dan was
er geene verdampingskoude, bij gevolg ook geene verdamping
voorhanden, en het zou dus blijken dat de lucht geene dam-
pen meer opneemt of dat zij volkomen verzadigd is. Hoe
lager echter de bevochtigde thermometer staat, des te groo-
ter is de verdampingskoude, dus des te sterker de
verdamping; maar hoe sterker de verdamping geschiedt, des
te drooger moet de lucht zijn. Bij den psychrometer besluit
men dus uit de verdampingkoude tot de snelheid der
verdamping op eene plaats, die voor den luchtstroom beveiligd
is, en uit deze tot de reeds in den dampkring bevatte hoeveel-
heid damp.
384 Dauw en rijp. Wanneer men in den winter een drink-
_ , glas, dat men in eene onverwarmde ruimte bewaard heeft, in
De dauw. ° ' '
eene verwarmde kamer brengt, dan worden de luchtlagen, die
het glas omgeven, tot beneden het dauwpunt afgekoeld, een ge-
deelte der waterdampen die er zich bevinden zet zich, tot den
drupvormigen toestand terug keerende, aan het glas, en het b e-
slaat. Onze vensterruiten beslaan wanneer de lucht, die
ze van buiten aanraakt, ze dermate afkoelt, dat de nabij lig-
gende waterdampen in het inwendige der kamer er zich in
de gedaante van droppels aan zetten; daar eene bewoonde
ruimte veel meer dampen bevat, die gedeeltelijk door het uit-
ademen gevormd worden, gedeeltelijk van de spijzen opgestegen
zijn , zoo beslaan daarin de vensters veel rijkelijker dan in
onbewoonde kamers. Op gelijksoortige wijze als het beslaan