Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
711
bemerken zijne aanwezigheid, zijn af- en toenemen uit zijne
werkingen. Er zijn namelijk een aantal ligchamen, die den wa-
terdamp, welke zich in den dampkring bevindt, gretig inzuigen
en daardoor eene verandering ondergaan ; men noemt ze hy-
groskopische, dat is, vochtigheid aanduidende ligchamen.
Daartoe behooren van de onbewerktuigde stoffen inzon-
derheid chloorkalk en potasch, in geringere mate keukenzout
en kolen, onder de organische stoffen haren, balein, sna-
ren en naalden (angels) van verschillende planten.
Proef a. Stelt men een weinig potasch of chloorcal- Hygros-
cium (zoutzure kalk) aan de lucht bloot, dan nemen zij
waterdamp daaruit gretig op en vervloeijen. Daarom bezigt men seien,
het chloorcalcium om gassoorten te droogen, terwijl men ze
door eene daarmede gevulde ehloorcalciumbuis laat stroomen.
Bij het keukenzout wisselen vocht en droogte met den
toestand der lucht; zout, dat eene hoeveelheid damp heeft ge-
absorbeerd of opgenomen, heeft een grooter gewigt, de ver-
koopers bewaren het daarom in vochtige kelders, opdat het ten
tijde der droogte geen te groot gewigtsverlies zou ondergaan. Bij
vochtige lucht zuigen de zoo even gegloeide k o ol d eel tj es,
welke met den rook opstijgen, onmiddellijk boven den schoor-
steen waterdamp in, worden zwaarder en vallen terstond op
den grond; daarom wordt het neerslaan van den rook bij stil we-
der voor een teeken van groote vochtigheid der lucht gehouden.
Proef h. Zoo als aan de dames, die krullen dragen, welbe-
kend is, verlengen zich de haren indien zij bij voch-
tige lucht eene hoeveelheid waterdamp opnemen. Een haar kan
derhalve dienen om aan te toonen , of de vochtigheid der lucht
grooter of geringer geworden is. Men kieze een zacht, blond
menschenhaar van toereikende lengte en beroove het van zijn
vet door het vier en twintig uren in zwavelether te laten liggen.
Om de uitzetting van het haar duidelijk zigtbaar te maken is
de in § 358 opgegevene toestel voldoende; men brengt het
haar daarin op de plaats, die de draad innam, bindt het met
cr. nat. 46