Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
708
eene groote oppervlakte en geringe diepte, opdat de verdamping
bevorderd worde.
Wet: De verdamping wordt door den lucht-
stroom, door hoogere temperatuur en
door vergrooting der verdampende op-
pervlakte bevorderd.
De ver- 381. De verdampingskoude.
dam- Proef a. Men ontwikkele den bol van den thermometer met
pings-
koude. watten en bevochtige deze met zwavelether; terstond zal het
kwik dalen. Te voren gaf de thermometer de warmte der lucht
aan; de watten en de ether hebben de zelfde temperatuur, en
toch wijst het werktuig eene afneming der warmte aan. De ether
verdampt zeer snel; tot het vormen van dampen wordt echter
warmte verbruikt; deze warmte moet de omgeving der verdam-
pende vloeistof, dus ook de bol van den thermometer afgeven
en verliezen. — Ook wanneer men den omwikkelden thermome-
terbol slechts met water bevochtigt, dat de temperatuur der
lucht heeft, en hem aan een luchtstroom blootstelt, zal het dalen
van het kwik de door verdamping van het water ontstaande
warmtevermindering aanwijzen.
Proef h. Eene gewone flesch worde met water gevuld en
blijve zoo lang staan tot een ingedompelde thermometer aangeeft
dat het de temperatuur der lucht heeft aangenomen. Bevochtigt
men nu een doek met even warm water en legt dien om de
flesch, dan zal na eenigen tijd de vloeistof daarin koeler gewor-
den zijn; zij heeft een gedeelte harer warmte afgegeven aan de
dampen, die zich uit het vocht in den doek gevormd hebben.
Eeeds het gevoel overtuigt ons, dat het na een regen
koeler wordt, en op heete zomerdagen koelt de lueht eener
kamer zich af wanneer men den vloer met water b e-
sprengt, beide omdat de waterdroppels de warmte, tot de
verdamping vereischt, aan de lucht onttrekken. Het aanhouden
van natte kleederen heeft eene verkoudheid ten gevolge,