Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
705
Zoo verdwijnen de dauwdroppels, welke des morgens
de weiden bevochtigen, in weinige uren, terwijl zij den damp-
vorm aannemen; het regenwater op de straten droogt, ter-
wijl het dampvormig wordt, bij ons in den zomer spoedig op ,
en niet zelden droogen de regenbakken in de heetere ge-
westen uit. Het droogen van nat linnengoed is niets
anders dan het overgaan van de daarin bevatte vochtigheid in
dampvormigen toestand; men kan zelfs in de strengste win-
terkoude, wanneer het water dat er aan hangt bevriest, de
wasch droogen, maar het zal nu langer duren, eer zij volkomen
droog is, dan wanneer zij aan de warme zomerlucht blootgesteld
wordt.
Bij al deze verschijnselen verandert het water in den zelfden
waterdamp, die bij het koken opstijgt. Terwijl nogtans bij het
koken de dampvorming snel en onder het opstijgen van damp-
blazen uit het inwendige der vloeistof geschiedt, heeft bij
de gemelde verschijnselen de dampvorming langzaam en
slechts aan de oppervlakte der vloeistof plaats. D e lang-
zame dampvorming aan de oppervlakte eener
vloeistof wordt verdamping genoemd. Gelijk het
koolzuur (§ 270) zich door eene gegevene ruimte uitbreidt, en
daarin b. v. niet door de dampkringslucht verhinderd wordt,
zoo oefent een luchtvormig ligchaam op een ander luchtvormig
ligchaam geene drukking uit, maar slechts zijne eigene deeltjes
stooten elkander af. Bij de verdamping heeft daarom de
damp, die zich aan de oppervlakte der vloeistof vormt, niet
de drukking der dampkringslucht te overwinnen, maar slechts
de drukking van den waterdamp, die reeds in haar voorhan-
den is. Bij het koken daarentegen moet de damp, die zich
in het inwendige der vloeistof vormt, de drukking der vloeistof
en de geheele der lueht, die op de vloeistof drukt, overwin-
nen. ; zijne spankracht is derhalve een weinig grooter dan de
drukking der lucht, en is in staat een kwikkolom van gemid-
deld 760 strepen te dragen. Veel geringer is de drukking van