Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
703
Een gewonen zilveren lepel verhitte men, terwijl men hem door De proef
van Lei-
denfrost.
middel eener kurk vasthoudt of op een drievoet legt, een tijd
lang boven de levendige vlam der spirituslamp. Daarop neme
men een staafje, doope het in water of spiritus en late den
droppel, die er aan hangt, in den sterk verhitten lepel val-
len. De droppel sist niet, kookt niet en verdampt uiterst
langzaam; daarbij bevindt hij zich veelal in eene draaijende of
op- en neergaande beweging. Een tweede droppel, dien men bij
den eersten laat vallen, vereenigt zich met dezen tot een groo-
teren. Hoe heeter het metaal is, hoe grooter watermassa's
daarop de spheroïdale gedaante of den dropvorm behouden. Ver-
wijdert men de lamp en laat men den lepel zich afkoelen, dan
komt er een oogenblik j waarop het water plotseling onder sis-
sen verdampt. De proef leert dat eene anders verdampende
vloeistof tegen sterk verhit metaalgeeneadhae-
sie vertoont en het niet aanraakt; de aantrekking, welke
het heete metaal op de vloeistof uitoefent, is veel geringer
dan haar zamenhang.
Uit de eigenschap van het water, dat het zich niet aan gloei- oe vuur-
jend metaal hecht en daardoor den overgang der warmte ver- proef.
langzaamt, is de merkwaardige daadzaak te verklaren, dat men
met de bevochtigde hand gloeijend metaal kan aanraken, er ge-
smolten lood over kan gieten, ze met gematigde snelheid door
den vloeijenden straal van gesmolten ijzer kan halen, of zelfs in
de gloeijende metaalmassa indompelen zonder ze te bezeeren,
terwijl men zich aan het minder heete ijzer onfeilbaar zou bran-
den. De aan de hand hangende vochtigheid neemt oogenblikke-
lijk den dampvorm aan en verhindert voor korten tijd den over-
gang der warmte. De geschiedschrijvers der middeleeuwen maken
gewag van personen, die barrevoets over gloeijende ijzeren sta-
ven liepen, zonder de voeten te verzengen, of zich gloeijende
vloeibare metaalmassa's over de ontbloote armen lieten gieten
of op andere wijze de vuurproef doorgestaan hebben. Doch
deze opgaven had men naderhand vergeten of voor ongeloof-