Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
698
vlakte des waters opstijgen, zonder merkbaar kleiner te worden.
De intusschen verloopene tijdruimte zal aan de eerste tijdruimte
ongeveer gelijk zijn. Het bierglas wordt weggenomen, de lamp
verwijderd en beide glazen gewogen. In de kookflesch be-
vindt zich een lood minder, in het bierglas een lood water
meer dan te voren.
De waterdamp, uit de kokende vloeistof in de kookflesch
opstijgende, heeft geen anderen uitweg dan door de buis in het
koude water in het bierglas. Daarin wordt hij afgekoeld, geeft
zijne warmte aan het water af en verdigt zich zelfs weder tot
eene drupvormige vloeistof. Daar in het bierglas thans een lood
water meer voorhanden is, zoo is er in de kookflesch een lood
water verdampt. Tot verandering van dit water in damp werd
de zelfde tijd vereischt als om de 5 lood water, die zich eerst
in de kookflesch bevond, tot het kookpunt te verhitten. Maar in
gelijke tijden geeft de spirituslamp gelijke hoeveelheden warmte
aan de kookflesch af. Bij gevolg is in het eene lood damp eene
even zoo groote hoeveelheid warmte overgegaan als vereischt
wordt om 5 lood water van O tot 100 graden C. te verhitten.
Deze warmtehoeveelheid is verbruikt geworden om uit water
van 100° damp van den zelfden warmtegraad te doen ontstaan.
Bij den overgang in tegenovergestelden zin, van damp tot vloei-
stof, wordt die zelfde hoeveelheid warmte op nieuw ontwikkeld.
Door het eene lood damp toch, dat zelf niet heeter was dan
100 graden, zijn nog de 5 looden koud water in het bierglas
tot koken, dus tot 100 graden, verhit geworden.
V rhoo verhooging van het kookpunt door de druk-
ging van lucht en der dampen.
het kook- De papiniaansche pot of digestor. Daarin een open vat
de^drutT-'^®®®"® vloeistof boven haar kookpunt verhit kan worden, en
king der voortaan alle nieuw bijkomende warmte als gebondene warmte
in de opstijgende dampen treedt, en dus voor de vloeistof ver-
dampen, loren gaat, zoo moet men, om de vloeistof» sterker te verwar-